Sloffen van oertextiel: vilt

Toen meer dan tien miljoen jaar geleden de eerste mensen de wereld bevolkten, kleedden ze zich met dierenvellen, leer en vervilte wol. Vilt is het oudste textiele materiaal. Het werd gemaakt door natte wol net zo lang te kneden en er met stenen of met hout op te hameren dat het ging vervilten, waarna het plantaardig werd geverfd.

Het maken van vilt gebeurt tegenwoordig natuurlijk gemechaniseerd, er is niemand meer die met stenen op natte wol zit te slaan. Maar in wezen is de techniek sinds de oertijd onveranderd gebleven, net als het materiaal. Dat is ook waar het Oostenrijkse “Magicfelt” wil uitdragen: vilt is een oermateriaal, dat wordt gemaakt met oeroude technieken en staat als zodanig dicht bij de natuur.

Verweg het grootste deel van de wol die wordt gebruikt, komt van het merinosschaap. Maar daarnaast wordt ook ongeverfde wol verwerkt van alpenschapen, die soms met uitsterven worden bedreigd, zoals het Tiroler Steinschaf (foto), de Moorschnucke (een schaap dat volgens sommigen kan zwemmen), het roodbruine Coburger Fuchsschaf en het minder zeldzame Tiroler Bergschaf.

Het resultaat is een prachtige vilten stof, waarvan superlichte pantoffels zijn gemaakt, die nu in de webshop worden aangeboden. Opvallend is ook dat de pantoffels allemaal uit één stuk, geheel naadloos, zijn gemaakt.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Biologische wol

In de winter staat wol volop in de aandacht. Bij Ecotex hebben we een ruime keuze uit artikelen die zijn gemaakt van “biologische wol.”

Biologische wol, wat moet je je daar nou bij voorstellen?

Eenvoudig gezegd: wol uit biologische schapenteelt. Het belangrijkste kenmerk daarvan is eigenlijk dat de dieren in een zo natuurlijk mogelijke omgeving leven. Er wordt rekening gehouden met het soortbepaalde gedrag van de dieren, zodat ze gezond en stressvrij kunnen leven. Couperen van de staart en “mulesing” is in de biologische veeteelt niet toegestaan. Het gebruik van herbiciden en pesticiden is zowel op de weilanden als op het dier zelf verboden. De dieren krijgen geen groeihormonen en evenmin worden er preventief geneesmiddelen toegediend. Bij gecertificeerde biologische wol, wordt er ook op gelet dat het natraject volgens een bio-standaard gebeurt. Het gaat dan over zaken als wassen van de wol.

De wol die hier op de markt komt, wordt voor het grootste gedeelte geïmporteerd.

Waarom? De schapenrassen die het in Noord-West Europa goed doen, leveren een wolkwaliteit die door de consument als “te hard” wordt beoordeeld. We hebben hier liever zachte wol, en de belangrijkste “leveranciers” daarvan zijn merinoschapen. Die worden vooral gehouden in de belangrijkste wolexportlanden: Australië, Nieuw-Zeeland en Argentinië. Dat laatste land is belangrijk als grote leverancier van gecertificeerde biologische wol.

De Argentijnse wol komt vooral uit het zuidelijke deel van het land: Patagonië. Dat gebied heeft een extreem klimaat: er waait praktisch altijd een sterke wind en de temperatuursverschillen tussen zomer en winter maar ook tussen dag en nacht zijn erg groot. Niet zo fijn om daar te wonen (de bevolkingsdichtheid is er dan ook erg klein) maar wél een ideaal klimaat voor schapen en perfect voor de wol. Juist door dat extreme klimaat is de wol van de Argentijnse merinosschapen van superieure kwaliteit. Merinoswol is fijn gekruld, schuurt niet en voelt zacht en pluizig aan.

Argentinië heeft een goede wetgeving en controlesystemen met betrekking tot biologische landbouw. Bij de ontwikkeling daarvan golden de EU-richtlijnen voor biologische landbouw als maatgevend omdat Europa samen met de VS de belangrijkste doelmarkt is.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Bezorgde kledingmerken

Je wilt natuurlijk niet te veel zeuren in een blog maar tjonge jonge, wat hebben sommige kledingmerken het toch moeilijk. Terwijl Nike en H&M zich luidruchtig op de borst kloppen met hun maatschappelijk verantwoord productieproces, komt opeens dat lastige Greenpeace met het rapport “Vuile was” (Dirty Laundry). Daarin wordt het lozen van giftige afvalstoffen in rivieren door Chinese textielfabrieken aan de orde gesteld. Megagrote fabrieken waar ook westerse A-merken als Nike, Adidas, Puma, H&M, Calvin Klein, en Lacoste gedeeltes van hun productie onderbrengen, blijken zich daar schuldig aan te maken.

Pijnlijk natuurlijk, want dit soort praktijken moeten die westerse merken zich ook aanrekenen. Die zeggen immers allemaal dat ze hun productie nauwlettend in de gaten houden, ook waar het vervuiling of arbeidsomstandigheden betreft. Nou… als we Greenpeace mogen geloven, dan hebben ze in het beste geval boter op hun hoofd, en anders nemen ze het niet zo nauw met hun eigen fraaie doelstellingen.

Dat het Greenpeace-rapport degelijk werk is, blijkt alleen al daaruit dat een aantal merken al snel na het verschijnen van het rapport, op 13 juli, heeft gereageerd door het boetekleed aan te trekken. Zo wijst Nike nadrukkelijk op de inspanningen die het bedrijf al doet om te komen tot een volledig duurzame productie. Nike zegt het in principe eens te zijn met de doelstellingen van Greenpeace, en stelt voor om samen met Greenpeace en andere “relevante NGO’s” te werken aan oplossingen.

Dat is allemaal mooi en aardig, maar natuurlijk ook een beetje nietszeggend. Dan Puma: dat belooft opeens dat het tegen 2020 alle gevaarlijke chemicaliën uit de gehele productielijn zal hebben gehaald. Binnen twee maanden zal Puma komen met een actieplan.

Die belofte was nog nauwelijks gemaakt of bijna vijftig werknemers in een fabriek in Cambodja werden onwel toen ze werkten aan Puma-sportschoenen. Enkelen moesten worden opgenomen in een ziekenhuis. Blijkt dat die mensen in onvoldoende geventileerde ruimtes in een temperatuur van tegen de 40 graden staan te werken met lijm en chemicaliën. En ook dat er regelmatig mensen flauwvallen, zo vaak zelfs dat al gesproken werd van een “flauwvalziekte.” Puma natuurlijk weer door het stof. “We erkennen dat de situatie problematisch is.” Een week eerder werden arbeiders in een H&M fabriek ook al ziek. H&M gaat de zaak nu onderzoeken.

Houdt het nou nooit op? Het lijkt wel of die merken van het ene incident naar het volgende gaan. Gaat het niet over genetisch gemanipuleerde katoen die per ongeluk als “biologisch” wordt gelabeld, dan gaat het wel over grove uitbuiting van jonge meisjes, en anders wel over het werken met ziekmakende chemicaliën of het lozen van giftige stoffen.

En altijd is de reactie er een van “…wij doen ons best, maar het kan natuurlijk altijd gebeuren dat…” Inmiddels mag je je toch wel afvragen, of het wel incidenten zijn of dat er structureel iets heel erg fout is.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Eco-competitie: linnen tegen katoen

Linnen (vlas) wordt door velen beschouwd als een milieuvriendelijke vezel.  Maar hoe milieuvriendelijk is linnen eigenlijk, als je het afzet tegen (conventionele) katoen?

Eco-profiel shirt
Masters of Linen, een branche-organisatie van vlastelers en linnenfabrikanten liet een tijdje geleden een “eco-profiel” opstellen van een linnen shirt. Daarbij werd de impact onderzocht die een linnen shirt gedurende zijn totale levenscyclus heeft op het milieu, beginnend bij de teelt van de vlasplanten en eindigend bij het van de hand doen van het shirt door de gebruiker. Het onderzoek werd uitgevoerd door Bio Intelligence Service, een gespecialiseerde Franse organisatie.

Eco-indicatoren
In de analyse werden een aantal “indicatoren” nader onderzocht. De vijf belangrijkste waren:

  • de verbruikte “primaire” energie. Daarbij kan worden gedacht aan olie, kolen, gas, maar ook zonne-energie of kernenergie.
  • waterverbruik (bijvoorbeeld tijdens de productie, maar ook door het wassen)
  • bijdrage aan het broeikaseffect (door emissie van broeikasgassen)
  • bijdrage aan de vermeerdering van algen (door het vrijkomen van fosfaten en nitraten)
  • het vrijkomen of gebruik van schadelijke chemische stoffen

Het linnen shirt
Uitgangssituatie was dat een shirt van 253 gram, waarvan de vlas geteeld is in Frankrijk, honderd keer één dag werd gedragen.

Het resultaat?
Hoe eco je ook bent, ook het dragen van een linnen shirt belast het milieu. Om eens een paar conclusies te noemen:

  • aan het eind van de levenscyclus heeft het shirt net zo veel primaire energie verbruikt als wanneer je 850 uur een lamp van 60 Watt laat branden.
  • Het waterverbruik? Dat is aan het eind van de cyclus gelijk aan 430 keer de dagelijkse drinkwaterbehoefte van een persoon.
  • De bijdrage aan het broeikaseffect dan? Gelijk aan 85 kilometer rijden in je auto.

Hoe kan dat? Waar zit het ‘m in?
Om er eens een paar resultaten uit te lichten.

  • De primaire energie wordt bij het linnen hemd voor 78 procent verbruikt in het gebruik (wasmachine, strijken) en  slechts voor 21 procent in het productieproces (spinnen, weven e.d.). Het procent dat overblijft wordt gebruikt tijdens de cultivatie (met name door irrigatie, maar dat is in Frankrijk nauwelijks nodig).
  • Ook het grootste deel (81 procent) van het watergebruik ligt bij de consument: de wasmachine.
  • De bijdrage aan het broeikaseffect wordt daarentegen vooral veroorzaakt in het productieproces (58 procent), dus door het (machinaal) weven en spinnen. Ook hier neemt strijken en wassen een flinke portie (38 procent) voor zijn rekening.

Linnen in vergelijking met katoen
In het onderzoek werden deze resultaten afgezet tegen een soortgelijk onderzoek naar een katoenen shirt. De conclusies:

  • op het gebied van het verbruik van primaire energie ontlopen de twee zich niet veel, en dat geldt ook voor de bijdrage aan het broeikaseffect. Linnen scoort 18 procent beter op het stuk van de algen.
  • Op het gebied van het vrijkomen of gebruik van schadelijke chemische stoffen zijn de verschillen veel groter. Dat is bij katoen bijna acht keer zo hoog, vooral als gevolg van het grootschalige gebruik van pesticiden in de teeltfase.
  • Het waterverbruik van linnen is nog geen kwart van dat van katoen.

And the winner is…
Dat was natuurlijk linnen. Toch kan het altijd beter. Het onderzoek eindigt met de vraag wat de drager van een linnen shirt nou zelf kan doen om het milieu nog minder te belasten. Dan wordt vooral gekeken naar de periode van “consumptie”, en gaat het om factoren als water- en energiebesparing. Het zou al enorm schelen als het shirt niet al na een dag dragen in de was wordt gegooid. Dat zou het watergebruik, afscheiding van schadelijke stoffen (in het wasmiddel) en verbruik van primaire energie (wassen, strijken) al flink beperken.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Het GOTS label

Ecotex staat voor duurzame textiel: biologische katoen, hennep, linnen en wol uit biologische veeteelt. Om te garanderen dat biologische textiel ook daadwerkelijk biologisch is, zijn er certificeringen in het leven geroepen. Het aantal certificeringen, vaak nationaal georganiseerd en elk met zijn eigen normen, groeide de laatste jaren echter zodanig dat de duidelijkheid er onder te lijden had. In elk geval was het voor de consument steeds minder duidelijk waar een certificering voor stond, en dat was natuurlijk juist niet de bedoeling van de certificeringen.
Om aan die onduidelijkheid een einde te maken, worden sinds 2008 steeds meer certificeringen in de textiel nu vervangen door één algemene standaard: GOTS. Deze afkorting staat voor Global Organic Textile Standard.

GOTS is dus een standaard, die garandeert dat bepaalde normen in acht zijn genomen. Het gaat dan met name om de biologische status van textiel. GOTS  richt zich daarbij op het hele productieproces, van de teelt van de gewassen of de veehouderij, tot de diverse bewerkingen (bijvoorbeeld spinnen, weven, wassen, verven) en de confectie.
Behalve de biologische herkomst garandeert het GOTS-certificaat ook handhaving van sociale criteria. Hierdoor worden kinderarbeid of gedwongen arbeid, discriminatie, onveilige of ongezonde arbeidsomstandigheden uitgesloten. Fatsoenlijke lonen en normale werkdagen worden gegarandeerd. Dat zijn zaken die in de textielindustrie helaas nog steeds niet algemeen geldend zijn. Sommige kledingmerken benadrukken dat ze voor een deel van hun collectie biologische katoen gebruiken, en hanteren daarvoor een eigen label. Dat is een mooi begin, maar niet genoeg voor een GOTS-certificaat, omdat in het verdere proces niet de strenge GOTS-normen worden gehanteerd.

GOTS is een initiatief van vier organisaties die zelf al een eigen standaard hanteerden: IVN (Duitsland), OTA (USA), JOCA (Japan) en Soil Association (Groot-Brittannië). Diverse “standaarden” zijn daardoor als het ware opgegaan in GOTS: bijvoorbeeld EKO (Control Union), ICEA, Ecocert en het “gewone” IVN certificaat.
In de winkel van Ecotex zijn in enkele gevallen nog de oude certificeerders aangegeven met hun logo. Dat zal mettertijd worden aangepast. Straks wordt bijna alles gewoon GOTS.
BIJNA alles. Want toch blijft er nog een certificaat dat hogere eisen stelt dan GOTS: dat is IVN Best. Een groot deel van de collectie bij Ecotex is IVN Best gecertificeerd.

Nagenoeg al het ondergoed bijvoorbeeld, maar ook de kleding van merken als Lanius en Hemp Age. Het belangrijkste verschil tussen IVN Best en GOTS betreft het percentage van gecertificeerde natuurlijke vezels in een stof. Bij GOTS is dat minimaal 95 procent, bij IVN Best moet dat honderd procent zijn. Alleen voor bepaalde elastische producten (sokken bijvoorbeeld) accepteert het IVN Best certificaat tot vijf procent acryl of rayon. Bij GOTS is dat percentage een stuk hoger: 25 procent. Verder is bij GOTS de lijst van toegestane verfstoffen en hulpstoffen langer. Merceriseren, een chemisch proces waarbij katoen een zijdeglans krijgt, is eveneens toegestaan onder GOTS. Ook de eisen voor bijvoorbeeld knopen, bandjes en andere details zijn bij GOTS minder streng.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

“King” hennep

Met het relatief warme weer dat we nu hebben, en het (waarschijnlijk) nog warmere zomerweer dat ons nog te wachten staat, dragen we graag hennep. Waarom juist hennep? Omdat het ’s zomers zo koel aanvoelt. “Koel in de zomer, warm in de winter,” zei Gianni Versace ooit over hennep kleding. Dat lijkt een goedkope reclame-slogan, maar is het niet. Hennep kleren zijn niet alleen super duurzaam en sterk, maar hebben een groot draagcomfort.
Eén van onze favoriete heren-artikelen is het overhemd “King” uit de collectie van Hemp Age. Een lekker ruim model dat je veel bewegingsvrijheid geeft, gemaakt van een prettig aanvoelende stof. En natuurlijk zonder nabewerkingen die ook natuurlijke materialen soms doen aanvoelen als kunststof. Het King-hemd is bovendien een mooi, casual model én… gemaakt van bijzonder fijne hennepvezels.


Maar wat vooral ook zo prettig is, en waarom we het ook ’s zomers zo graag dragen: de sensatie als je het aantrekt. “Sensatie…”, dat klinkt natuurlijk knap overdreven, maar je zult ervan versteld staan hoe heerlijk koel dit shirt aanvoelt als je het op een warme dag aantrekt.

Hoe dat kan? Natuurlijk spelen het model en de lichte, soepele stof een belangrijke rol. Maar het heeft ook met de hennepvezel zelf te maken: hennep is een slechte warmtegeleider. Om diezelfde reden wordt hennep ook steeds meer toegepast in de duurzame bouw (bijvoorbeeld in het kantoor van Ecotex).
Eerlijk is eerlijk: de koele sensatie verdwijnt op een gegeven moment ook weer. Dan draagt ook het King-hemd alleen nog maar “gewoon” prettig. Iets waar we trouwens goed mee kunnen leven!

Houd er rekening mee dat hennep veel meer kreukt dan katoen. Dat kan er heel mooi uitzien, maar als jij daar de charme niet van inziet, is hennep kleding niets voor jou.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Hoe van vlasplantjes linnen wordt gemaakt

Bij Ecotex zijn we ervan overtuigd dat natuurlijke textiele materialen “het” is. Natuurlijke textiel draagt lekkerder, en heeft fantastische eigenschappen die de kunstvezelindustrie al tientallen jaren wanhopig probeert na te bootsen. Maar nog steeds zonder succes, en vaak ten koste van het milieu. In duurzaam gemaakte kleding voel je je gewoon prettiger. Niet alleen omdat het draagcomfort groter is, maar ook omdat je weet dat het goed en eerlijk gemaakt is.
Nou ja, zo kijken wij er tenminste tegenaan.
Natuurlijke vezels als hennep en linnen worden de laatste jaren “herontdekt”. Ze zijn bezig aan een bescheiden “come back”. In het landschap is dat (nog) niet te zien, want waar zie je nog vlas- of hennepvelden?

Vlas is de laatste honderd jaar nagenoeg uit het landschap verdwenen, en daarmee gepaard ebde ook veel kennis weg. Ook in de industrie. Bepaalde machines die noodzakelijk zijn voor het verwerken van vlas, zijn in Nederland of België simpelweg niet meer aanwezig. In België zijn er nog enkele gespecialiseerde linnenweverijen, maar veel zijn het er niet. Kenmerkend voor de marginalisering is dat je linnenwevers eigenlijk alleen nog tegenkomt op gezellige markten waar oude ambachten worden gedemonstreerd.

Op YouTube staat een leuk Duitstalig filmpje waarin uit de doeken wordt gedaan hoe van zo’n vlasplantje een stof wordt gemaakt.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Westerse merken kopen in bij “foute” Indiase bedrijven

Een fors aantal westerse kledingbedrijven, waaronder C&A, Diesel en Mexx, werkt samen met textielfabrieken in India waar jonge meisjes, soms niet ouder dan veertien jaar, hopeloos worden uitgebuit.
Dat blijkt het uit rapport “Captured by Cotton”, gevangen genomen door katoen, dat op 21 mei verscheen. Het rapport gaat in op de leef- en werkomstandigheden van jonge werkneemsters in een aantal textielbedrijven in de Zuid-Indiase deelstaat Tamil Nadu.
Het woord “captured” staat er niet voor niets. Uit het onderzoek blijkt onder andere dat de bewegingsvrijheid van de meisjes sterk aan banden wordt gelegd: zij wonen op het fabrieksterrein, kunnen slechts zeer beperkt contact onderhouden met hun familie, mogen niet telefoneren, en mogen slechts sporadisch het fabriekterrein verlaten. Het woord staat er ook omdat uit het rapport blijkt op welke manier en met welke beloften de meisjes naar de fabrieken worden gelokt. Zijn ze daar eenmaal binnen, dan is er voor de komende drie of vier jaar eigenlijk geen weg meer terug.
Het zijn vooral jonge meisjes die worden geronseld voor het fabriekswerk, omdat die plooibaarder zijn, minder opstandig. Bovendien wordt hen voorgehouden dat ze aan het eind van hun contract een extra bedragje in handen krijgen dat kan dienen als bruidsschat. Hun leven bestaat uit lange werkweken (vaak 72 uur per week) onder barre omstandigheden en vaak voor minder dan het minimumloon.
Het rapport is geschreven door het SOMO (Centre for research on multinational corporations) en het India Comité Nederland, en is gratis te downloaden via
http://somo.nl/publications-nl/Publication_3673-nl/view

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Plaids van wol uit het Groene Hart

De plaids van de Rijn- en Veenwol zijn klaar! Ze zijn vanaf nu verkrijgbaar in onze webshop maar ook bij het Leidsch Dagblad en bij Houweling Interieur in Leiden. Voorlopig zijn dat alleen nog plaids in een grijsbruine melange kleur, en in een roomwitte naturelkleur. Vanaf volgende week volgen ook rode en bruine plaids.
De plaids zijn een regionaal natuurproduct uit het Groene Hart van Nederland. De wol is geleverd door vier schapenboeren uit de streek.

Rubia Red en Rubia Brown
De rode en bruine plaids zijn geverfd met Rubia Red, een kleurstof die wordt gewonnen uit de wortels van de meekrapplant. Een volledig hernieuwbare grondstof dus, en de meekrap wordt geteeld in Zeeland.
Voor ons is zo’n regionale wol een mooi product om aan te werken. Meestal wordt Nederlandse wol vooral voor grootschalige toepassingen gebruikt, voor kamerbreed tapijt bijvoorbeeld. Meestal gebeurt de verwerking dan ook nog eens in het Verre Oosten.
Ook de Rijn- en Veenwol waarvan de plaids zijn gemaakt, heeft trouwens best wat kilometers moeten maken. Het wassen van de wol gebeurde in het Belgische Verviers, in de enige wolwasserij die in een straal van honderden kilometers te vinden is. Het weven en de afwerking gebeurde in Duitsland.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Wintercollecties

De wintercollecties van de meeste merken zijn inmiddels binnen en van de damescollectie staan de meeste artikelen inmiddels ook online. Dat betekent een ruime keuze aan met name nieuwe shirts, rokken en broeken. Daarnaast zijn er een paar mooie accessoires bij gekomen.
Ook de herencollectie is uitgebreid. Daarvan verwachten we dat deze de komende week online zal staan.
In onze keuzes hebben we ons zoals altijd laten leiden door verschillende overwegingen. Is het mooi? Is het duurzaam geproduceerd? Maar ook: hoe zit het met de kwaliteit en de afwerking? We mogen best zeggen dat deze wintercollectie aan alle verwachtingen voldoet. Wij hebben er tenminste een goed gevoel bij.
Ecotex is van oudsher redelijk rechtlijnig met betrekking tot de eis van duurzame productie. Ook in de nieuwe collecties zul je daarom alleen kleding vinden die is gemaakt van natuurlijke vezels en die zoveel mogelijk van biologische herkomst is. De keurmerken blijven we zoals gebruikelijk bij de kledingstukken vermelden, omdat ze een objectieve kwaliteitswaarborg voor duurzame productie vormen. Wij denken dat transparantie hierdoor het best gewaarborgd wordt.

Posted in Uncategorized | Leave a comment